Waarom de Utermöhlen-prismabril zich wezenlijk onderscheidt van een gewone prismabril.

Voor een goede waarneming richten de oogspieren het oog naar het beeld en zorgen voor het fixeren van het oog. Het netvlies ontvangt de beelden van buitenaf, via breking van hoornvlies en ooglens en geeft die signalen door naar de hersenen, zodat de beelden op de juiste manier herkend en vertaald worden.

Onderzoek naar de sterkte, de diepte en de samenwerking van de ogen wordt door orthoptisten, opticiens, en (functionele) optometristen verricht en indien nodig behandeld. Optometristen, die bevoegd zijn om een een prismabril voor te schrijven, zullen dat doen met het oog op die slechte samenwerking (om oogheelkundige redenen).

Het onderzoek van de artsen van de Utermöhlen-werkgroep onderscheidt zich daarvan echter heel duidelijk. Want naast de bovengenoemde factoren is het evenwichtsorgaan essentieel voor de kwaliteit van de waarneming en het handhaven ervan, de zgn vestibulaire factoren..
Signalen uit evenwichtsorgaan, oogspieren en netvlies zorgen, via de vestibulo-oculaire reflex, ervoor dat wij de beelden scherp en rustig BLIJVEN zien, of het nu gaat om bewegende beelden, of dat onze ogen, ons hoofd of ons lichaam zelf beweegt.
Omgekeerd is het belangrijk te weten, dat wij ons evenwicht en het gevoel van evenwichtigheid, mede door gebruik te maken van onze waarneming, kunnen bewaren.

Als er nu een conflict tussen deze factoren aanwezig is, kan dit zowel van invloed zijn op onze waarneming maar ook (en/of) op het handhaven van het evenwicht.
De oorzaken van een dergelijk conflict zijn niet altijd eenduidig, daarom is medisch onderzoek altijd noodzakelijk.
Verschijnselen die dan kunnen optreden zijn:
- wazig zien of wazig worden van het beeld, soms lijkt het op "dubbel zien";
- de beelden niet stil kunnen houden;
- bij het lezen de regel en de volgorde niet kunnen vasthouden;
- regels / letters zien verspringen.
Daardoor moeten de ogen zich extra inspannen en kunnen er klachten ontstaan van o.a. hoofdpijn, extreme vermoeidheid, concentratiestoornissen, bij het lezen, achter de PC en zeker bij drukke of bewegende beelden.
Aan de andere kant kunnen ook klachten van het evenwicht op de voorgrond staan. Bij drukte/ visite, veel draaien met het hoofd, veel drukke beelden, zoals in winkels en op een markt, kunnen onevenwichtigheidsgevoelens ontstaan, tot heftige duizeligheid toe.

Alleen bij het voorschrijven van een prismabril volgens de Utermöhlen-richtlijn worden deze beide achtergronden (de optische en de vestibulaire) in het onderzoek en de behandeling meegenomen. Factoren van het vestibulaire systeem (gebied van de KNO-arts / neuroloog) en van het oog en de fysiologie van de waarneming (gebied van oogarts / neuroloog) worden in het onderzoek betrokken. De artsen, die de Utermöhlen-prismabril voorschrijven zijn geen oogartsen.
De aangemeten prismawaarden zijn erg klein en het therapeutische spectrum van de Utermöhlenprismabril is smal; te weinig prisma doet niets, teveel prisma kan irreversibele schade veroorzaken.

De Utermöhlen-prismabril zorgt ervoor dat de beide ogen gestimuleerd blijven om de afwijking actief te compenseren, het heft dus de blikrichtingsafwijking (forieën) niet geheel op,
De prismata, die volgens verschillende oogheelkundige methoden worden voorgeschreven door (functionele) optometristen, richten zich enkel op de forieën (Pola / Hasse / Pestalozzi / Dá Cunha / van Gemert). De Utermöhlen Werkgroep (de richtlijn volgens Utermöhlen bestaat al meer dan 60 jaar) heeft dan ook als standpunt dat alleen artsen deze prismabril zouden mogen voorschrijven.