Ziekte van Ménière / duizeligheid
Dit was de primaire indicatie, waarvoor Prof. dr. G.P. Utermöhlen de prismabril ontwikkeld heeft. Juist bij dit ziektebeeld komt de slechte samenwerking door ogen en evenwicht duidelijk naar voren. Zowel bij de ziekte van Ménière, als ook in zekere mate bij het syndroom van Ménière kan de bril voorgeschreven worden. De ziekte van Ménière is een aandoening van het binnenoor, waarbij klachten van draaiduizeligheid, gehoorverlies, oorsuizen (tinnitus) en evenwichtsstoornissen van vestibulaire aard voor kan komen.
Een aanval is vaak onvoorspelbaar en kan heel wisselend van duur zijn. Voor de patiënt en omgeving is dit zeer ingrijpend (patient is een tijdlang volledig "van de wereld").
Na de aanval zijn er vaak nog langere tijd gevoelens van "onevenwichtigheid", die versterkt worden door o.a. drukte. Het gevolg is mijden van visites en het op bezoek gaan, dus isolement. Dit  kan dan weer leiden tot andere klachten.

Door het  zich onevenwichtig voelen is bovendien de kans van vallen vergroot, met alle gevolgen van dien: botbreuken, niet meer durven fietsen, of alleen uitgaan. Die onzekerheid verkleint ook de mogelijkheid om zelfstandig te blijven wonen. Ook het gehoorverlies en de soms voortdurende aanwezige tinnitus is erg hinderlijk. Na elke duizeligheidsaanval moet de patient vaak weer een stukje kwaliteit inleveren.

Uit een evaluatieonderzoek (Vente / de Wit) blijkt dat 60% van de met een Utermöhlen-prismabril behandelde patiënten vrij is van duizeligheidsaanvallen, terwijl nog eens 20% aangeeft duidelijk minder last te hebben, ook zonder antivertiginosa. Ook het onevenwichtigheidsgevoel vermindert sterk. Opmerkelijk is dat juist ernstige gevallen (qua frequentie en intensiteit) zeer goed reageren op de prismabril. Ook duizeligheidsproblemen van andere aard kunnen gunstig reageren op de Utermöhlen-prismabril, omdat ook hier weer de signalen van de evenwichtsorganen, de ogen en het diepe gevoel niet correct verwerkt worden.